1. Weet waar de aasvis is! Dat is de belangrijkste tip die er is om de snoek te vinden. De snoeken zijn namelijk daar tevinden waar de aasvis is. Handige dingen om op te letten zijn:
    • visetende watervogels. Zie je futen en meerkoeten duiken, dan zit daar aasvis en vaak ook de snoek.
    • versmallingen in het water. Daar heeft de aasvis een kleinere opening om door te zwemmen en is het makkelijker ze te vangen. Daar ligt snoek!
    • In de winter is het water warmer nabij woonboten, huizen en havens. De aasvis zal zich daar concentreren en de snoek zal volgen.
    • Ook in de winter zal ook veel aasvis naar het diepere water migreren, Esox Lucius blijft ook daar niet achter.
  2. In de zomer snoeken is een spectaculaire bezigheid. De snoek is agressiever, vecht harder en je kunt ze aan het oppervlak verleiden met poppers en chatterbaits. Denk er echter wel om dat deze extra actie ook extra energie kost voor de snoek. Het water bevat minder zuurstof als het warm is en ze kunnen zich echt helemaal op vechten in de zomer. Tip hier is om de snoek zo kort mogelijk uit het water te halen, snel onthaken en de fotosessie snel afronden. Houdt bij het terugzetten de snoek goed vast aan zijn staart en haal hem enige keren heen en weer (van voor naar achter). Op die manier heeft hij even tijd om te herstellen en kan er water en dus zuurstof door de kieuwen stromen. Bij de eerste tekenen van herstel moet je hem toch nog even vasthouden maar merk je dat de krachten terug zijn, kun je hem laten gaan. Je zult zien dat als je een beetje nazorg verleent, de snoek altijd weer mooi wegzwemt en groter kan groeien voor de volgende keer.
  3. Nummer 3 maar wellicht wel de belangrijkste tip die er is. Zorg dat je altijd een goede, lange onthaaktang bij je hebt vergezeld door een goede kniptang. We vissen vaak met flinke dreggen en bij een goede aanbeet kunnen deze een behoorlijk stuk die grote bek in verdwijnen. Met een goede onthaaktang hoeft dat echter geen probleem te zijn. Maak altijd de afweging of het niet beter is om de haak gewoon af te knippen. Als de dreg in de kieuwbogen vast zit bijvoorbeeld, kun je vaak beter de haak afknippen. Dan kun je de haak er via de andere kant uit halen en blijft de snoek onbeschadigd. Ik heb helaas te vaak langs de waterkant meegemaakt dat ik mensen heb zien trekken en zo de snoek helemaal beschadigd hebben. Deze vissen hebben het ongetwijfeld niet overleefd en dat kan niet de bedoeling zijn van onze hobby.
  4. Groot kunstaas betekend grote snoek is niet altijd waar! In de winter, ja. Dan is de snoek bezig om met zo min mogelijk inspanning zo dik mogelijk te worden en zullen ze de grote aasvis prefereren. Maar in het voorjaar, na het paaien is er veel speltaas te vinden en kun je ook hele grote snoeken vangen aan hele kleine aasjes. Deze theorie is ook meerdere malen bevestigd door duikers die metersnoeken tussen scholen kleine aasvis hebben zien liggen en jagen. Kortgeleden nog, zag ik mijn vismaat een snoek vangen van ruim boven de meter op een spinnerbait van nog geen 5 cm.
  5. Vis je veel met doodaas? Weerstand is de sleutel. Zorg voor een dobber met zo min mogelijk weerstand. Een dode aasvis wordt gewoon weer losgelaten wanneer de weerstand te groot is. Datzelfde geldt voor statisch doodaas vissen. Probeer eens een zwevende montage zonder lood. Wanneer er niet teveel stroming is, dan kun je prima met alleen een takel en een sardien uit de voeten. Zeker als je deze bevroren monteert, dan kun je deze een behoorlijk eind weggooien. Zeker voor dressuur water een gouden tip.
Previous post

Even vissen na het eten

Next post

Snoekbaars vissen met verrassend resultaat

The Author

joost

joost

Ik ben een fervent roofvisser, altijd al geweest. Sinds de eerste keer dat ik mee ging snoeken met mijn vader zit het roofvissen mij in het bloed.

No Comment

Leave a reply